Noordrand Hoeksche Waard heeft kwaliteitsimpuls nodig

156

sohw-logoHOEKSCHE WAARD – Het gebied tussen de A29 bij Heinenoord en het suikerfabriekterrein bij Puttershoek verrommelt. De adviseurs ruimtelijke kwaliteit van de provincie en de Hoeksche Waard hebben zich over het gebied gebogen. Hun advies is betrokken bij het tot stand komen van de afspraken tussen de provincie en de regio over de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de Hoeksche Waard. 

In de Noordrand van de Hoeksche Waard zijn plannen voor bedrijventerreinen, glastuinbouw en windturbines. De gemeente Binnenmaas wil daarnaast het gebied optimaliseren als recreatiegebied. Al deze plannen leiden tot verdere versnippering en aantasting van de open polder door onsamenhangende ontwikkeling. „Er schuilt een gevaar voor ver-IJsselmondisering”, zegt provinciaal adviseur Abe Veenstra. Door verspreid over de noordrand verschillende plekken te ontwikkelen en nieuwe infrastructuur te realiseren wordt voorgesorteerd op een verdere verstedelijking van een gebied dat nu nog wordt gekenmerkt door uitgesproken landschappelijke kwaliteiten.

Synergie door bundeling

De voorzitter van het Kwaliteitsteam Hoeksche Waard Miranda Reitsma legt uit dat het advies is om programma’s te bundelen. Niet overal een beetje, maar inzetten op één locatie: het regionale bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de noordrand dienen nadrukkelijker in samenhang met elkaar te worden gebracht. „Daar is de openheid van de polder mee gebaat”, volgens Reitsma en haar team.

Het moet een stapsgewijze ontwikkeling worden, waarbij iedere stap bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De rode ontwikkeling moet daarbij gepaard gaan met groene investeringen. De gefaseerde aanpak maakt het mogelijk in te spelen op fluctuaties in de markt. De tijd dat gewerkt kan worden met een ‘af’ eindbeeld is volgens beide adviseurs geweest.

Bij de verdere ontwikkeling van de noordrand moet meer dan nu het geval is de landschappelijke kwaliteiten van het gebied centraal komen te staan. De open polders, de beplante dijken en de grillige kreekstructuren vormen het landschappelijk raamwerk voor het gebied, dat door een slimme combinatie van programma’s (natuur, recreatie, waterberging) verder versterkt kan worden. Daarbij liggen er kansen voor een betere benutting en verdere ontwikkeling van natuur en recreatie langs de oevers van de Oude Maas en een verbinding hiervan met de Binnenbedijkte Maas.

Windturbines

Een ander heikel punt is de plaatsing van windturbines in het gebied. Met het Rijk is afgesproken dat in Zuid-Holland in 2020 730 megawatt aan windturbines staat opgesteld. Aan weerszijde van de Heinenoordtunnel op het grondgebied van Binnenmaas en Barendrecht zijn daarvoor zoeklocaties aangewezen. Abe Veenstra legt uit dat de twee opstellingen zo dicht op elkaar staan dat ze elkaar negatief beïnvloeden door de interferentie van beide lijnen. Het advies is om te kiezen voor één overtuigende lijnopstelling in de plaats van twee kleinere aan weerszijden van de Oude Maas. „Ongeacht aan welke oever ze staan, vanuit de Hoeksche Waard zie je ze toch”. De windturbines aan de Hoeksche Waardse zijde kunnen worden gekoppeld aan voordeel voor het eiland zelf. Een deel van de opbrengsten kan geïnvesteerd worden in groen, natuur en recreatie langs de Oude Maas. Onderhoudswegen kunnen gebruikt worden voor recreatieve doeleinden.

Op de website www.nationaallandschap.nl/projecten is het advies in te zien.


Elke avond op de hoogte van het laatste nieuws uit de Hoeksche Waard? Schrijf je dan hier in voor onze gratis nieuwsbrief.



2 REACTIES

  1. Als ik dit zo lees sorteert men nu voor op windmolens, glastuinbouw en industrie op de plek van het regionaal bedrijvenpark dat niet van de grond komt. Of denk ik nu te negatief?

    • Hmmm… Ik denk niet negatief. Op de site van SOHW (http://www.sohw.org/photo/files/Kwaliteitsteam/Advies%20Noordrand%20Hoeksche%20Waard%20-%20Blaaksedijkskwartier.pdf) lees ik het volgende:

      “In het verlengde daarvan is het advies om ontwikkelingen op afzienbare termijn te bundelen
      op het Regionaal Bedrijventerrein, dus zowel de kassen als de regionale bedrijvigheid.”

      En een stukje verder:

      “We zien ook een mogelijkheid om dit (red: windmolens) te betrekken bij de ontwikkeling van het RBT; samen met de kassen geeft dit de mogelijkheid voor een efficiënte infrastructuur om energie af te geven aan het net of direct aan het bedrijvenpark.”

      En als doekje voor het bloeden staat er ook nog het volgende:

      “Zoek bij de landschappelijke inpassing en de waterbergingsopgave aansluiting bij de agrarische polderstructuur van sloten, vaarten en bloemrijke akkerranden. Bij de landschappelijke opwaardering zal het accent liggen
      op ecologische beheerde, bloem- en kruidenrijke wegbermen en waterranden van ruimhartige afmeting.”

      Conclusie: windmolens, bedrijven en kassen op één plek in de Hoeksche Waard, maar wel met onkruid in de berm. Dit had ik graag willen lezen in het Kompas. Dan kan het debat met de maatschappelijke organisatie starten. En vooral: met de bewoners.

Comments are closed.