Column: ‘Het was altijd iemands vader, dus dat zei je dan maar niet’

195

i283445314544482875._szw1280h1280_

‘Zaterdag was de mooiste dag van de week. En je wist, als je naar je vriendjes keek, hier gaan ze heel wat beleven.’

‘En de scheids was als vanouds weer een stuk verdriet. Maar het was altijd iemand vader, dus dat zei je dan maar niet.’

(Acda & De Munnik – Groen als gras)

Deze zaterdag is alweer een paar lentes oud, toen achter het hek de bus van de bezoekers zichtbaar was. Klaar voor een feestelijke terugrit met hun meegereisde, roodwitte armada die zich nu hier op veld 2 met megafoons rond de dug-out had verzameld. Wat ze óók hadden meegenomen, was de motivatie voor de gastheren om zich in dit al uitgespeelde seizoen weer op te kunnen laden en dit aanstaande kampioensfeestje verstoren.

De uitsupporters werden door hun helden al vroeg getrakteerd op de openingstreffer, de scheids kreeg een makkelijke middag. Maar een kwartier voor tijd sloeg de sfeer en de wedstrijd om als een grote, potige middenvelder van de thuisploeg al zijn kracht naar zijn rechterbeen laat vloeien en vanaf een meter of achttien uithaalt: 1-1. En de bezoekers moesten winnen. Anders geen feest.

De slotfase, arm aan goed voetbal, maar rijk aan spanning, emotie en op en neer golvende aanvallen, lokte meerdere toeschouwers naar veld 2. Waarom de gasten bovenaan staan, etaleerden zij vlak voor tijd in een snelle, fraaie combinatie met een doelpunt als beloning. En daar zijn de megafoons weer.

Ineens wordt het heel druk om mij heen. Opgefokte twintigers weten niet hoe snel ze verhaal moeten komen halen. En het blijft niet alleen bij woorden. Ik word geduwd. Mijn arm wordt vastgegrepen. Een vinger prikt op mijn borst. Jongens die ik al jaren ken, weleens mee heb getraind en gespeeld en zelfs eerder heb gefloten, met na afloop als dank een flesje Hertog Jan, kijken nu naar mij als hun grootste vijand. Hun hoofden zo rood als het shirt van de tegenstander, de pupillen zo groot als dat ronde ding waar ze zelf zo vaak ruzie mee hebben. Of dit stuk verdriet even normaal wil doen want iedereen kon toch zien dat dit buitenspel was?

Op dit moment is het weer goed om te beseffen dat je niet alleen het veld betreedt met scheidsrechtersgereedschap, de wedstrijdbal onder je arm en twee vlaggen in de andere hand, maar ook met het idee dat je tussen tweeëntwintig man gaat staan die je niet kan vertrouwen. En hoe lager je fluit, hoe vaker het er zelfs 24 zijn. Want er zijn ‘assistenten’ die zo dol zijn op het geluid van wapperend katoen, dat je bij iedere bal naar voren niet naar de zijlijn hoeft te kijken om genoeg te weten. Alleen: de scheidsrechter heeft de eindbeslissing.

De thuisploeg bleek met een ouderwetse buitenspeler met krijt aan zijn schoenen te spelen, die ook een vlag vasthoudt. Deze hield hij nu al een tijdje vastberaden omhoog. Ik moest maar eens met hem praten, vonden de demonstranten. Overtuigd van mijn beslissing en wetende welk voorspelbaar verhaal hij zou vertellen, weigerde ik mee te werken. Dat weigerde de thuisploeg, niet geheel verrassend, te fiatteren. Hardhandig werd ik alsnog die kant op geduwd en gesleurd om een door en door gefrustreerde volwassen man te ontmoeten met een zwaaiende vlag in zijn hand die hij als gebarentaal gebruikte om zijn onvolwassen woorden kracht bij te zetten. Het bleek iemands vader.

Een bestuurslid, die vlak voor tijd aan was komen lopen om de spannende slotfase mee te maken, kwam na afloop bij het wedstrijdsecretariaat vertellen dat hij langs de helft van de thuisploeg stond en goed zicht had op de situatie. ,,Absoluut geen buitenspel,” zei hij eerlijk, terwijl buiten onophoudelijk megafoons klonken.

Het is één van de weinig minder leuke zaterdagen in verder 10 mooie jaren bij deze vereniging en dus niet de reden waarom ik kicksen en fluit heb ingeruild voor de pen. Maar dit moment kwam weer naar boven nadat afgelopen zaterdag bij NBSVV – Zinkwegse Boys een grensrechter de voorpagina haalde met een rode kaart wegens natrappen. Of zijn vermeende partijdigheid tijdens het vlaggen, wat dit incident zou hebben ingeleid, nu wel of niet waar is, het is algemeen bekend dat dit, net als schreeuwende ouders, nog altijd een repeterend verhaal is dat zich langs de zijlijnen afspeelt. Ook omdat de verantwoordelijke clubs de andere kant op blijven kijken omdat zij deze hondstrouwe en broodnodige vrijwilligers niet kunnen missen.

Maar iemands vader of niet, het vertrouwen in clubgrensrechters staat al jaren op achterstand. Laat wat in Nieuw-Beijerland gebeurde dus een scharniermoment zijn voor alle clubgrensrechters. Want wie deze achterstand daadwerkelijk om kunnen buigen, steken wekelijks al hun handen omhoog.


Elke avond op de hoogte van het laatste nieuws uit de Hoeksche Waard? Schrijf je dan hier in voor onze gratis nieuwsbrief.